Als je kind ineens spoorloos is, vergaat de wereld om je heen

Ik weet het nog goed. Een gebeurtenis dat in mijn geheugen staat gegrift. We waren op vakantie in Spanje met onze kinderen. De oudste was drie jaar oud en de jongste was een baby van 3 maanden.

We logeerden bij mijn ouders die daar altijd een week of zes met vakantie gingen. Segur de Calafell, toen nog een slaperig dorp. Op de zondagen was het altijd wat drukker op het strand met de dorpelingen en stadsmensen uit Barcelona die dan de drukte van de stad ontliepen. Gezellig druk, geen overvolle stranden waarbij je handdoek aan handdoek ligt. We praten immers over 32 jaar geleden.

We zaten gezellig met elkaar te keuvelen. Onder de grote parasol lag de baby heerlijk te slapen. De oudste stond zoals zo vaak, met zijn handjes op zijn rug, aan de waterkant. De zee was zo glad als een spiegel. Het was de houding die hij van zijn opa had overgenomen. Die stond ook altijd zo aan de waterkant naar de horizon te staren. Ik hield hem goed in de gaten, mijn ogen constant op hem gericht. En toch, in een split second, gebeurde het. Ik keek even naar iets anders om vervolgens meteen weer naar mijn zoontje te kijken. En toen was hij weg…

Ik keek naar links en naar rechts, geen spoor. Ik alarmeerde direct mijn man en ouders. ‘Blijf jij hier zitten’, zei mijn man. Hij ging links en mijn ouders naar rechts. Ik bleef vertwijfeld achter. De mensen om ons heen hadden al snel in de gaten wat er aan de hand was en begonnen mee te zoeken. Want wie kende dat schattige jongetje nou niet. Al snel waren heel veel mensen aan het zoeken. En intussen stond ik daar, kotsmisselijk en ik zag ons al zonder hem in het vliegtuig zitten. Zo’n rare gedachte, want natuurlijk zou ik nooit zonder hem vertrekken! De wereld stond stil en kon niet meer helder denken.

Ik zag mijn ouders terugkomen, zonder jongetje. ‘Zover kan hij niet zijn’, zei mijn moeder. Mijn vader zag lijkbleek en zei niets. De zee was rimpelloos en hij zou in zijn eentje nooit verder dan zijn knietjes het water in lopen. Inmiddels was mijn man ook weer terug en dacht dat hij misschien wel was meegenomen. Het leek een eeuwigheid te duren, maar erop terugkijkend zal het hooguit na 20 minuten zijn geweest, toen ik mensen zag wijzen naar hetzelfde punt. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes en zag heel in de verte langs de waterkant een heel klein jongetje onze kant op wandelen. Hij werd groter en ik zag zijn tengere lijfje langzaam en totaal op zijn gemak met zijn voetjes door het water lopen. Handjes op zijn rug, genietend van de mensen en de zee. ‘Ik was even een wandelingetje maken, net als opa altijd doet’, zei hij toen ik hem, mijn tranen onderdrukkend, in mijn armen hield.

Ik schrijf dit verhaal, omdat ik onlangs schrok van de ophef over het verdronken kindje in Amsterdam. Al die mensen die oordeelden dat het de schuld van de moeder was, die beter op had moeten letten. Je hebt je kind niet iedere seconde in het oog. Als het onszelf niet was overkomen, had ik misschien ook zo gereageerd. Maar het kan gewoon gebeuren, in een fractie van een seconde. Bij ons is het goed afgelopen, voor deze familie niet. Ze hebben genoeg aan hun eigen verdriet en zitten niet te wachten op zulke heftige beschuldigingen. Ik zou willen dat ik al die nare berichten zou kunnen omtoveren in steunbetuigingen. Want geloof me, dat hebben ze hard nodig!

Share if you like!Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

2 Responses

Comments are closed.

Back to Top