Mijn honden zijn honden

Vandaag is het zo’n dag. Zo’n dag waarop je ineens rechtsaf slaat in plaats van linksaf zoals iedere dag. Gewapend met waterdichte schoenen en warme handschoenen versnel ik mijn pas naar marstempo. Vega kijkt me aan met een soort verliefde blik. Paco twijfelt met zijn staart tussen de benen omdat we toch eigenlijk linksaf hadden moeten gaan.

Vega heeft me al snel door. Lopen naar het weiland, dat betekent heerlijk los zonder anderen in de buurt. Paco snapt het nu ook en volgt gedwee, want ook hij weet dat hij over een halfuurtje op muizenjacht gaat. Ik geniet. Als een heuse roedelleider leid ik de honden in een kordate stevige pas naar ‘ons’ jachtgebied.

Er is letterlijk geen hond. Heerlijk gewoon. In de verte zie ik boeren de kool oogsten. Ik kijk omhoog en zie een torenvalk stil in de lucht hangen, op zoek naar een vers hapje. Mijn voeten zakken weg in het natte gras. De honden rennen, ruiken en graven. Ze kijken me opgewonden aan, terwijl ik voortploeter door het sompige weiland. Ineens begrijp ik waarom er niemand te bekennen is. Niemand is zo gek om hier te lopen als het zo nat is. Als ik een misstap maak, blijken mijn schoenen niet geheel waterdicht. Langzaam voel ik mijn voeten nat worden. Het deert me niet, want mijn honden genieten. Twee banjers zonder stamboom, die geen commando’s kennen. Dat heb ik ze bewust niet geleerd. Ze weten zonder woorden ook wat ik bedoel, of ze luisteren hangt helemaal van hun bui af. Ze mogen vuil worden, ze mogen blaffen, ze mogen knoeien met hun eten en hoeven geen allemansvrienden te zijn. Mijn honden zijn honden, en gedragen zich daarnaar.

Als ze uitgeraasd zijn, gaan we naar huis. Mijn voeten worden koud en ik verlang naar een warme douche. Als we thuiskomen veeg ik ze schoon met een oude handdoek. En als ik de deur openmaak, rennen ze meteen naar de kast, want zoals altijd krijgen ze iets lekkers na een lange wandeling. Voldaan ploffen ze beiden op hun kussen en als ze hun versnapering op hebben, vallen ze in een diepe slaap. Ik nestel mijzelf op de bank met een grote beker thee en een verdiend koekje. Ik kijk naar mijn kanjers. Gelukkiger kan ik op zo’n moment onmogelijk zijn.

marisa-2015-2

Share if you like!Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Back to Top